
Zij hebben het vleermuisvirus te pakken. En zetten zich met hart en ziel in voor de bescherming van onze kleine fladderaars. Op jacht in de nacht. En wij van The Green Editorial gingen mee.
Het is even spannend of we van start kunnen want er hangt letterlijk een grote donderswolk boven ons hoofd. En als het regent, dan geen vleermuizen. Want jagen doen ze alleen als er insecten rondvliegen en vliegen met natte vleugels gaat nou eenmaal niet. Ook met wind trouwens houden de insecten het voor gezien. Gelukkig zijn de weergoden ons gunstig gezind en trekt de bui uiteindelijk zuidwaarts aan ons voorbij. Nog even een laatste GPS-check en dan.. op pad! Gewapend met een batlogger, een heterodyne detector, een anemometer en twee warmtebeeldkijkers verdwijnt ons groepje in de schemering.
Op volle toeren
Nog geen twee jaar geleden opgericht draait de vleermuiswerkgroep Zuid-Kennemerland, met wie wij vanavond op pad zijn, op volle toeren. Met behulp van diverse meetapparatuur wordt meerjarig onderzoek gedaan naar het voorkomen van soorten in de regio Zuid-Kennemerland. Dit gebeurt in verschillende meetgebieden via looproutes en fietsroutes. Waarvan de resultaten worden gedeeld met gemeenten, onderzoeksbureaus en werkgroepen. Daarnaast worden lokale bewoners en andere geïnteresseerden betrokken via lezingen, presentaties, exposities, excursies en het samenwerken in het creëren van vleermuisverblijven.


De slimheid van Moeder Natuur
Vanavond lopen we op de looproute in park Brederode in de gemeente Bloemendaal en het begint al snel donker te worden: hét moment waarop de vleermuizen uitvliegen. Via één of meerdere openingen verlaten zij één voor één hun verblijf. Dat kan een kier tussen een dakrand, een spouwmuur, maar ook bijvoorbeeld een holte in een oude boom zijn. Door hun vermogen tot echolocatie hebben zij het nachtelijk luchtruim zo goed als voor zichzelf: een slimme zet van Moeder Natuur.
We zijn aangekomen bij het eerste transectpunt: het punt waar we gaan meten. Via een app op haar telefoon activeert Ellie een pulsgenerator dat een signaal van 22kHz afgeeft. Hierdoor kan later in de resultaten van de batlogger – dat de ultrasone geluiden van de vleermuizen meet in kHz – het start- en eindtijdstip van de meting worden teruggezien. Handig zo’n batlogger, want de ultrasone geluiden van de vleermuizen zijn voor het menselijk oor niet hoorbaar. Per transectpunt wordt er precies vijf minuten gemeten.
“Ja ik start ‘em!” roept Ronald. Terwijl Ellie en Ronald met de warmtebeeldkijkers op zoek gaan naar vleermuizen houdt Nora de batlogger op diverse plekken in de lucht. De rest van ons groepje kijkt nieuwsgierig om zich heen in de hoop dat we nog een vleermuis met het blote oog kunnen onderscheiden van de steeds donker wordende avondlucht. De heterodyne detector, dat de geluiden van de vleermuizen omzet in voor de mens hoorbare tonen, laat pruttelende geluiden met een vast ritme horen. Nora en ik zijn het erover eens dat met een versterker erbij het geluid niet zou misstaan op een houseparty.
“Hier op de detector hoor ik ze,” zegt Ronald. “Ja jongens daar boven het riet, een kleintje.”
“Hoor dan, een rosse vleermuis!” roept Eric. “Ze zijn dus wel actief vanavond. Vlak voor mijn neus ging net een meikever langs. Ja daar jagen ze op.”
“Hoe lang nog?” vraagt Ellie. “Nog één minuut!” antwoordt Ronald. “Kijk allemaal insecten in die boom daar, dit gaat goed jongens,” zegt hij. “Die warmtebeeldkijkers voegen echt wat toe, je ziet zoveel meer. Nog tien seconden Ellie. Drie, twee, één.. piepen! En door naar het volgende transectpunt.”

Hoe het is begonnen
De vleermuiswerkgroep Zuid-Kennemerland, opgericht door initiatiefnemers Marja van Diemen en Ronald Cassee, is een samenwerkingsverband tussen IVN Zuid-Kennemerland, Gemeente Bloemendaal, Bioteam Bloemendaal, Thijsse’s Hof en Vrienden van het Bloemendaalse Bos. Met als doel: educatie, monitoring, onderzoek en het beheer van vleermuiskasten en andere verblijven.
“Ronald en ik hebben allebei een achtergrond bij IVN Zuid-Kennemerland. Ik ben daar natuurgids en organiseerde al een aantal jaar de vleermuisexcursies,” vertelt Marja. “En ik hield mij bezig met de contacten met de pers en de natuurpodcast Tierelier,” vult Ronald aan. “Vorig jaar werd ik benaderd door de Zoogdiervereniging of ik met Tierelier niet een podcast wilde maken over de meervleermuis. 2023 was namelijk ‘Het jaar van de Meervleermuis’. Dat wilden we graag doen maar dan wel met betrekking tot de regio Zuid-Kennemerland; het gebied waarover Tierelier wekelijks bericht.”
“Ronald en ik wisten van elkaar dat wij allebei gegrepen zijn door het vleermuisvirus,” gaat Marja verder. “We zijn toen ingegaan op de uitnodiging van de Zoogdiervereniging om een lezing bij te wonen over de grootste kolonie van de meervleermuis die zich in Friesland ophoudt. Daar kwamen we ook Jan Boshamer tegen, een zelfstandig ecoloog met specialistische kennis op het gebied van onder andere vleermuizen. Ik kende hem eerder al via één van zijn vleermuisexcursies waaraan ik had deelgenomen. In een eendenkooi in ’t Zand; dat was echt zo’n leuke excursie. Hij adviseerde ons tijdens de lezing om met het grote enthousiasme dat wij hadden, lokaal een vleermuiswerkgroep op te gaan richten.”
“Een watervleermuis, kijk ‘em over het water scheren! Dit is gaaf!”
Stroomversnelling
“Op de terugweg in de auto hebben Marja en ik toen besloten dat te gaan doen,” vertelt Ronald enthousiast. “Vanaf dat moment, in februari 2023, raakte alles in een stroomversnelling. Zo had Ben Kruijsen, een ecoloog die ik onder andere via Tierelier kende, interesse in ons plan. Vanuit het Bioteam Bloemendaal, waar hij onderdeel van uitmaakt, was namelijk eerder een Biodiversiteitsplan opgesteld. Echter ontbraken daarin nog de vleermuizen. Door een samenwerking aan te gaan met het Bioteam werd daarmee eveneens de Gemeente Bloemendaal betrokken die enthousiast op onze ideeën reageerde.”
“Ook Thijsse’s Hof: het ‘hoofdkwartier’ voor de IVN gidsenopleiding Zuid-Kennemerland en later ook voor onze vleermuiswerkgroep, reageerde enthousiast,” vertelt Marja. “En via hun is vervolgens de Vereniging Vrienden van het Bloemendaalse Bos aangehaakt. In het bos, dat zich rondom Thijsse’s Hof begeeft, hingen al meerdere vleermuiskasten. En de voorzitter van de stichting, Ton Hoenderdos, heeft vanaf het eerste moment een actieve rol binnen de vleermuiswerkgroep op zich genomen. Regelmatig nodigen wij de leden van deze stichting, samen met lokale buurtbewoners, uit voor onze lezingen.”
Latijnse namen en spetterende geluiden
“Kijk dat is de nycnoc!” roept Eric, als we aangekomen zijn bij het volgende transectpunt. “Sjee wat een grote.” De nycnoc blijkt de rosse vleermuis te zijn, afgekort van de Latijnse naam: Nyctalus noctula. “Ja je moet ook al die Latijnse namen kennen,” vertelt Eric mij, “want die verschijnen in het scherm van de batlogger. Zo is de pippip (Pipistrellus pipistrellus) de gewone dwergvleermuis, de eptser (Eptesicus serotinus) de laatvlieger, myodau (Myotis daubentonii) de watervleermuis en ga zo maar door.”
We lopen weer verder en ondertussen geeft Ronald mij een korte snelcursus in vleermuisgeluiden. “Als het geluidssignaal van de batlogger klinkt als ‘nat gespetter’ dan is het de rosse vleermuis en hoor je meer een ‘droge harde tik’ dan is het de laatvlieger. ‘Geknetter’ rond de 45kHz is van de dwergvleermuis en de watervleermuis klinkt als een soort ‘geratel’. Hopelijk zien we vanavond watervleermuizen.”
“Waar we nu staan is de leukste plek! Hier heb je de grootste kans op de grootoren. Die plukken als fladderende vlinders, insecten van bomen en struiken.”
Watervleermuizen en meervleermuizen
We zijn aangekomen bij een meertje en Ellie activeert opnieuw de pulsgenerator in de app: het meten gaat beginnen.
“Ik hoor een pippip op de batlogger,” zegt Ronald. “Ik had eigenlijk gehoopt op een watervleermuis.” Eric wijst naar de overkant. “Ik denk dat ze aan de overkant zitten in de luwte. We staan hier in de wind.” Enigszins teleurgesteld geeft Ronald aan dat het transectpunt zich helaas niet aan de overkant bevindt. “Hé ja, ik zie er één!” roept hij plotseling. “Een watervleermuis, kijk ‘em over het water scheren!” Eric roept ondertussen dat hij de laatvlieger hoort. “Nu twee watervleermuizen, even onthouden jongens!” roept Ronald weer. “Ik heb ‘em in de kijker, ja dit is echt een watervleermuis. Dit is gaaf! Kijk daar gaat ‘ie boven het water. Ik denk dat ze ook op de nesten van de vogels daarginds afkomen. Daar zitten natuurlijk ook insecten.”
Ook Marja heeft een vleermuis in het vizier. “Door de kijker zie ik er eentje met een lichte buik. Is dat ook een watervleermuis?” vraagt ze. “Ja maar het kan ook een meervleermuis zijn. Die hebben een hele lichte buik,” antwoordt Ronald. “En die is een stuk groter ook, met nóg grotere voeten, ik denk maatje 40!” roept Eric lachend.
Op weg naar het volgende transectpunt spijkert Ronald mij verder bij in mijn vleermuizenkennis. “De watervleermuis is van het soort Myotis: het grootste geslacht onder de vleermuizen, net als de meervleermuis. De meervleermuis jaagt boven grotere wateren dan de watervleermuis. En is zelf ook groter dan de watervleermuis. In de winter overwintert de meervleermuis in bunkers in de duinen.”


Alle zintuigen op scherp
Eric roept ons bijeen: “Waar we nu staan is de leukste plek! Hier heb je de grootste kans op de grootoren. Die plukken echt als fladderende vlinders, insecten van bomen en struiken.”
Het startsignaal van de batlogger wordt weer geactiveerd en vol spanning zetten we al onze zintuigen op scherp.
“Hoor jij wat Nora?” vraagt Marja haar. Nora zegt van niet. “We hebben nog nooit een telpunt gehad waar we niks hadden toch?” vraagt Eric aan de groep. “Jawel,” zegt Ronald. “Daarom hebben we in het Bloemendaalse Bos toen ook een aantal transectpunten verlegd.”
Ellie vraagt aan mij of ik ook even door de warmtebeeldkijker wil kijken. Nou dat wil ik wel! Ze wijst richting het water verderop: “Daar boven het water zitten er een paar.” Ik ben verbaasd hoe helder en licht het beeld van de kijker is, bijna verblindend. Boven het water zie ik meerdere duikvluchten van verschillende vleermuizen, zo leuk! “Ik denk dat het watervleermuizen zijn,” zegt Ellie.
Al lopend naar alweer bijna het laatste transectpunt geef ik de warmtebeeldkijker terug aan Ellie die verder vertelt dat de laatvlieger en de rosse vleermuis boven de boomtoppen zitten. “Zij hebben meer ruimte nodig. Dwergvleermuizen vliegen wél tussen de bomen maar ook boven het water. Die dwarrelen altijd.” Ze vervolgt: “Eigenlijk praten we vanavond best veel met elkaar. Beter is het om stil te zijn ook vanwege het later uitfilteren van ‘noise.’ Want ook onze stemmen worden opgenomen. Maar ja, het moet natuurlijk ook gewoon gezellig en leuk kunnen zijn.” Verder vertelt Ellie dat een vleermuis elke keer de keuze afweegt tussen wat het jagen oplevert en wat het jagen aan energie kost. “Want als het jagen teveel energie kost dan blijft ‘ie lekker binnen in zijn verblijf.”
“Ja hier is het volgende punt. De vijf minuten gaan.. nu in,” zegt Ronald. Eric knikt instemmend. “Ja ik herken dit punt van de vorige keer aan de duinrellen. Kijk daar gaat wat!” roept hij. “Met de kijker is het hier lastiger dan bij het meertje, ze gaan als een raket tussen de bomen door,” merkt Ronald op. “Toch zien we sinds we de warmtebeeldkijkers hebben zoveel meer. In het Bennebroekbos zagen we met beide kijkers, onafhankelijk van elkaar, wel zo’n twintig dwergvleermuizen.”
We bereiken het einde van de looproute. “Het was echt een drukke avond met vleermuizen,” sluit Ronald af. Met een voldaan gevoel lopen we gezamenlijk richting onze fietsen. Onderweg spotten we met de warmtebeeldkijker nog een hert in de duinen. Langzaam verdwijnt het dier in de nacht. Tijd om ons bed op te zoeken.
| Soortcode | Aantal waarnemingen | Naam |
| MYODAS | 26 | Meervleermuis |
| MYODAU | 8 | Watervleermuis |
| NYCNOC | 13 | Rosse vleermuis |
| PIPPIP | 129 | Gewone dwergvleermuis |
| PIPNAT | 16 | Ruige dwergvleermuis |
| PIPPYG | 1 | Kleine dwergvleermuis |
| EPTSER | 1 | Laatvlieger |
Waarnemingen van deze avond, gespot met de warmtebeeldkijker
Featured foto: The Green Editorial
Foto’s: The Green Editorial
